dinsdag 3 februari 2026

Aan het einde van de oorlog - Bert Natter

De negenjarige Ernst, jongste zoon van ss-Obersturmführer Karl Zehlendorf, raakt vermist in de buurt van een concentratiekamp. Zijn broer Reinhart beweert Ernst te hebben achtergelaten aan de oever van het verraderlijk diepe meer, waar ze aan het vissen waren. Hij zal toch niet in het water zijn gevallen? Terwijl de geallieerde legers in de verte al te horen zijn en iedereen in het kamp beseft dat het einde van de oorlog nabij is, gaat Karl op zoek naar zijn zoon.

****

Bert Natter (Baarn, 1968) begon na zijn lyceum aan een studie Nederlandse taal- en letterkunde maar dit hield hij na twee jaar voor bekeken en ging aan de slag als redacteur. Later werkte hij nog als uitgever en journalist en hij schreef veel, onder andere columns over kunst en cultuur voor het Utrechts Nieuwsblad. Sinds 1993 staan er verschillende publicaties op zijn naam en in 2008 debuteerde hij dan met de roman Begeerte heeft ons aangeraakt. Ook zijn volgende boeken ontvingen prijzen of nominaties maar zijn grote succes kwam toch met Aan het einde van de oorlog dat verschillende herdrukken kende sinds de uitgave in januari 2025.
Het toch wel lijvige boek begint met een plattegrond van het kamp en een lijst met personages, het zijn er maar liefst 31, ik heb het geteld. Tijdens het lezen wordt het wel duidelijk waar de personages zich plaatsen in het verhaal maar dat neemt niet weg dat het zeer fijn is om dit heel af en toe toch nog eens te kunnen opdiepen uit de lijst. En het plannetje vond ik top, helemaal mijn ding. Bij de personages werd gemeld dat het 20 april 1945 is bij de start van het boek, en hoe verder je dan raakt in het boek werd het duidelijk dat het einde niet ver in de toekomst lag, en wat bleek? Het boek eindigde 24 uur later, of toch ongeveer.
De manier waarop het boek opgebouwd was, dat was echt toch wel wennen. De auteur koos ervoor om het verhaal chronologisch te vertellen tegelijk vanuit het perspectief van de verschillende personages. Dit wil zeggen dat een gebeurtenis of een gesprek in kleine alinea's werd opgedeeld en telkens stond dan bij het begin van de alinea of stukje tekst de naam van waaruit werd gekeken. Daar heb ik toch even over gedaan om dit gewend te raken maar dat is gelukt. Het zorgt er voor dat je een compleet beeld krijgt van dat gegeven wat best wel interessant was, maar langs de andere kant zorgde het voor een breuk in de verhaallijn. Je werd dan uit het verhaal getrokken en als het wat verder weer verder ging, moest je er telkens terug inkomen. Maar zoals gezegd, wendde het. Daarnaast zorgde deze constructie er voor dat het boek 'anders' is dan de vele oorlogsverhalen die reeds geschreven zijn.
De rode draad doorheen het verhaal is de vermissing van Ernst, de jongste zoon van Karl en Christine Zehlendorf, Karl is de op één na hoogste in rang daar in dat kamp. Dit was wel slim gevonden van de auteur. Het verhaal beslaat maar 1 dag in het leven van het concentratiekamp maar door de zoektocht naar de elfjarige jongen komt zowat heel het reilen en zeilen van het kamp in beeld. Temeer omdat het, zoals de titel doet vermoeden of eigenlijk gewoon zegt, het einde van de oorlog en de bevrijding van dit kamp nakende is en je ook dit deel van de oorlog meekrijgt. Het rode leger dat op 20 april al duchtig te horen is, komt steeds dichterbij en een dag later staan ze voor de poorten van het kamp.
In dit boek is er aandacht voor het leven in het kamp van de gevangenen, het is trouwens een vrouwenkamp, maar ook het leven van de kampleiding en zijn personeel wordt uit de doeken gedaan, misschien zelfs nog meer dan dat van de gevangenen. Dit is ook al een van de redenen waarom dit boek anders is en interessant. Je bekijkt deze dag vanuit de ogen van de gevangenen maar dus evenzeer vanuit hun kampleiders, het burgerpersoneel en bewakers. De gruwelen die beschreven worden zijn buitensporig en onwillekeurig, de horror. In het boek zelf wordt er wel wat gebraakt maar ook de lezer krijgt braakneigingen bij het lezen van al deze wreedheden. Maar ook dit is dus vanuit de ogen van de veroorzakers hiervan beschreven.
Aan het einde van de oorlog is een interessant en speciaal geconstrueerd boek over een thema waar ontelbare boeken aan gewijd zijn. En dit moet ook nog vermeld, de schrijfstijl van Bert Natter is heel erg goed, het leest vlot en boeiend maar hij weet er vaak ook een humoristische noot in te steken, dit is onmiddellijk een pluspunt. De absurde plotwendingen die hij in het boek heeft verwerkt, zijn subliem, maar dat is aan de lezer om te ontdekken. Het boek verliest soms vaart door de breuklijnen die het gevolg zijn van de voortdurende gezichtspuntveranderingen en soms gaat het inderdaad ook wat traag, maar eenmaal je gewend bent aan de stijl en constructie kun je niet anders dan door het verhaal vliegen. Bert Natter heeft een meer dan goed boek geschreven, een aanrader!

Uitgeverij: Thomas Rap (2025) - 634 blz.

maandag 2 februari 2026

Leeft een rivier? - Robert Macfarlane

Overal ter wereld sterven rivieren door vervuiling, droogte en indamming. Al sinds mensenheugenis moeten rivieren dienstbaar zijn: als transportmiddel, als energie- en voedselbron, als open riool. Wereldwijd is er echter ook een beweging gaande die het leven en de rechten van rivieren en andere natuurverschijnselen wil erkennen en in de wet wil vastleggen om verdere vernietiging tegen te gaan.
Natuurschrijver Robert Macfarlane is diep overtuigd van deze natuurrechten. In Leeft een rivier? onderzoekt hij de herkomst en de betekenis ervan door zijn lezers mee te nemen op een reis langs drie grote rivieren in Ecuador, India en Canada. Alle drie worden ze bedreigd en om alle drie wordt strijd geleverd. Samen met hun beschermengelen volgt hij hun loop vanaf de bron in nevelwoud of oeroude steenvlakten tot waar ze na roerige omzwervingen uitmonden in zee.
Leeft een rivier? is Macfarlanes meest persoonlijke én politieke boek tot nu toe. Het bruist van de fascinerende ideeën, onvergetelijke personages en verhalen, en van de haarscherpe natuurobservaties die zijn handelsmerk zijn. Ook in dit boek verweeft hij cultuur- en natuurgeschiedenis, reportages, reis- en natuurverslagen met poëtische proza.

Robert Macfarlane (Nottingham, 1976) is vooral bekend als natuurschrijver en zijn werk wordt wereldwijd uitgegeven. Hij won ontelbare prijzen en er werden documentaires gemaakt van enkele van zijn boeken. In 2003 debuteerde hij met Hoogtekoorts, enkele andere boeken zijn Benedenwereld, De oude wegen en De laatste wildernis. Landschap, natuur, plaatsen, mensen en taal staan centraal maar hij vertelt ook verhalen al dan niet persoonlijk.
Drie rivieren en dus drie delen in dit boek en dan nog in verschillende continenten. Vooreerst heeft hij de Rio Los Cedros in Ecuador bezocht en het nevelwoud dat daar te vinden is. Wat de auteur hier beschrijft was werkelijk prachtig, je zag het zó voor je ook al ben je er nog nooit geweest en kende je het zelfs niet wat bij mij het geval was. Een openbaring was het. Macfarlane neemt je echt helemaal mee op de reis die hij daar maakt en zijn beschrijvingen zijn werkelijk subliem. Hij neemt je trouwens niet alleen mee in het gebied maar laat je ook kennismaken met de mensen die hij daar ontmoet en diegenen waarmee hij de reis maakt, ook deze staan je levendig voor ogen. Het cederwoud en de rivier in Ecuador worden echter bedreigd door mijnbouw en het is een voortdurend vechten tegen bedrijven en zelfs overheden. Het was fantastisch om te lezen dat er in dit land en voor dit gebied serieuze overwinningen werden behaald ten voordele van de rivier en het woud errond.
Het tweede deel speelt in India aan de oostkust van het land en redelijk zuidelijk. Hier heeft hij het meer over een gebied van drie rivieren, de Adyar, de Cooum en de Kosasthalaiyar die in Chennai in de Indische Oceaan uitmonden. Het gevecht dat de mensen hier moeten leveren om hun rivieren te beschermen is werkelijk hallucinant en het leven van de bevolking is er in bepaalde gebieden toxisch in de overtreffende trap, de vervuiling is enorm. In dit deel gaat het ook over schildpadden, vogels en zelfs slangen en het was om ter boeiendst om te lezen.
De derde rivier is de Mutchekau Shipu, de Magpie voor de Canadezen, we zitten hier dus in oostelijk Canada en de auteur werd op deze tocht vergezeld van een oude vriend, Wayne Chambliss. In de vorige twee delen bezocht Macfarlane al wandelend de rivieren maar aan deze rivier is dat op grote stukken niet mogelijk. Ze varen dus het traject af met kano's met zo nu en dan wat oversteken, een zware tocht van een honderdzestig kilometer. En zwaar was het absoluut, zelfs mijn hart ging er van te keer bij wijze van spreken bij het lezen van dit verhaal. Ze ondernamen de tocht met twee gidsen en onverwachts ging er ook nog een vijfde man mee die ze vlak voor ze zouden overgevlogen worden naar het startpunt meevroegen en wat hij dus deed. Het gevecht dat voor deze rivier moet geleverd worden, is er eentje tegen de verschillende bedrijven die het gebied willen indammen, een groot deel van dit land zou daardoor onder water komen te staan en de rivier zou verdwijnen.
Drie rivieren dus met elk hun eigen problemen waardoor het leven er in gevaar komt en zeker niet alleen van de rivieren zelf. Ik was onder de indruk van hoe er gevochten werd voor deze rivieren en de natuur errond en de resultaten die behaald werden. Maar het werd ook duidelijk dat het een blijvende strijd is. Er klonk dus absoluut hoop door in het boek ook al klonk het vaak als een strijd van David tegen Goliath. Maar er werden zeer zeker indrukwekkende overwinningen behaald en dat deed zo een deugd om dit te lezen!
Robert Macfarlane heeft met Leeft een rivier? weer een schitterend boek toegevoegd aan zijn oeuvre. Het behelst veel, je krijgt beschrijvingen van de natuur maar evenzeer krijg je ook wat geschiedenis mee en politieke inzichten. En of dit nog niet genoeg is, nog wat persoonlijke en menselijke verhalen. Leeft een rivier? is een geweldig boek dat heel erg vlot leest, soms zelfs spannend is en je steekt er ook nog heel wat van op. En als je er nog niet van overtuigd was, weet je na het lezen van dit boek zéker dat een rivier een bewustzijn en geheugen heeft, en zelfs een ziel. Maar zeker was ik ook overweldigd door al de inspirerende mensen in dit boek en wat ze reeds hebben kunnen bereiken ter bescherming van hún rivieren. Ik kan dit boek niet anders dan aanbevelen!

Uitgeverij: Athenaeum--Polak & Van Gennep (2025) - 337 blz. (339-416 Glossarium, Noten, Selecte bibliografie en bronnen, Dankwoord en wat achteraf gebeurde, Register)
Oorspronkelijke titel: Is a River Alive?
Vertaling: Nico Groen

dinsdag 27 januari 2026

Ochtend in Jenin - Susan Abulhawa

Roman over 'de andere kant' van het Palestijns-Israëlisch conflict: de Palestijnse vluchtelingen die uit hun land verbannen werden na de stichting van de staat Israël in 1948.
De familie Abulheja wordt gedwongen hun dorp Ein Hod te verlaten en naar een vluchtelingenkamp in Jenin te vertrekken. In de chaotische vlucht raakt de jonge Isma'iel vermist. Hij wordt meegenomen door een Israëlische soldaat en groeit op als een joodse jongen met de naam David. Zijn tweelingbroer Joessoef kiest, gedreven door een alomvattende haat jegens de bezetters, de radicale kant van de PLO. Door de ogen van Amaal, hun jonge zusje, zien we hoe drie decennia van geweld en oorlog voorbijgaan.

****

Susan Abulhawa (Koeweit, 1970) is een dochter van Palestijnse vluchtelingen en kende een chaotische jeugd waarin ze na de scheiding van haar ouders kort na haar geboorte, afwisselend verbleef in Koeweit, Jordanië, Palestina en de Verenigde Staten, uiteindelijk belandde ze zelfs in de pleegzorg. Ze studeerde biomedische wetenschappen en werkte als researcher in de farmaceutische industrie. Ze is mensenrechtenactivist, politiek commentator en oprichter van Playgrounds for Palestine, een organisatie die zich inzet voor het recht van Palestijnse kinderen om te spelen. Maar ze is dus ook auteur. In de VS publiceerde ze artikelen over de Palestijnse kwestie, ze schrijft poëzie en heeft tot nog toe drie boeken uitgebracht, Ochtend in Jenin is haar debuut. Het boek werd oorspronkelijk in 2006 gepubliceerd als Het litteken van David maar met de heruitgave onder de titel Mornings in Jenin in 2010 brak het internationaal door.
Het boek is helemaal chronologisch opgebouwd en loopt over verschillende decennia. Daardoor leest het heel erg gemakkelijk. De actualiteit staat nu nog steeds bol van wat er zich allemaal afspeelt in Palestina en Israël en dat blijkt dus al bijna een eeuw aan de gang. Susan Abulhawa kent als geen ander de situatie van de Palestijnen in bezet gebied en dit heeft ze goed uit de doeken gedaan. De ellende die de familie Abulheja meemaakt is werkelijk hallucinant. Door de lange periode die ze beschrijft, is het geen gedetailleerd boek geworden maar meer een overzicht van wat er zich gedurende die tijd heeft afgespeeld. Het mogen dan wel fictieve personages zijn, het verhaal is helemaal op feiten gestoeld. De wreedheden die gewoon uit het niets komen, zijn verschrikkelijk om te lezen, laat staan dat je ze moet ondergaan, en toch is dit ook nu nog dagelijkse realiteit in het gebied.
Ochtend in Jenin is absoluut een boek dat je kan aangrijpen maar je er emotioneel in verliezen, is niet aan de orde, daarvoor beslaat het een teveel aan decennia en generaties. Susan Abulhawa is er echter wel in geslaagd om de lezer zich betrokken te laten voelen bij het leed dat het Palestijnse volk wordt aangedaan, afschuw is zeker een emotie die bij de lezer opkomt. En de wetenschap dat dit ook nu nog aan de gang is, roept een vorm van kwaadheid op.
Er mag dan wel veel ellende te lezen zijn in dit boek, er is toch ook hoop te bespeuren en het boek gaat zeker ook over vriendschap en liefde, al dan niet in familieverband.
Ochtend in Jenin is een boek dat een heel erg goed beeld geeft van het leven in de kampen en het leest vlot. Je zou kunnen zeggen dat het een mooi boek is, maar dat is toch een woord dat je in feite niet kan bezigen gezien het onderwerp, onderdrukking, martelingen, moord en allerlei andere wreedheden zijn moeilijk 'mooi' te noemen. Moest je nog geen beeld gehad hebben van de situatie in de streek, na het lezen van dit boek, kan je er niet meer onderuit, wat er daar gebeurt is pure horror, onbegrijpelijk!

Uitgeverij: De Geus (2012) - 413 blz.
Oorspronkelijke titel: Mornings in Jenin (2010)
Vertaling: Marianne Gaasbeek

donderdag 22 januari 2026

De zaak Alaska Sanders - Joël Dicker

April 1999. Mount Pleasant, een rustig stadje in de Amerikaanse staat New Hampshire, wordt opgeschud door een gruwelijke moord. Het lichaam van een jonge vrouw, Alaska Sanders, wordt gevonden aan de rand van een meer. De politie verkrijgt al snel een bekentenis van de dader en zijn handlanger en sluit het onderzoek.
Elf jaar later ontvangt sergeant Perry Gahalowood een verontrustende, anonieme brief, die de uitkomst van het eerdere onderzoek geheel in twijfel trekt. Wat als er een grove fout is gemaakt?
Met hulp van de bevriende schrijver Marcus Goldman, die inmiddels beroemd is geworden door zijn boek over Harry Quebert, besluit Perry het onderzoek te heropenen, met alle gevolgen van dien.

****

Joël Dicker (Genève, 1985) is een Zwitserse bestsellerauteur die met zijn tweede boek, De waarheid over de zaak Harry Quebert (2012) doorbrak en prijzen in de wacht sleepte. Ondertussen heeft hij 8 boeken op zijn naam staan waarvan er 7 verschenen zijn in Nederlandse vertaling. De zaak Alaska Sanders is zijn derde boek met Marcus Goldman.
De manier waarop de auteur zijn boeken in deze reeks vormgeeft, is best speciaal. Goldman doet onderzoek naar een moord die elf jaar geleden plaatsvond en waarrond hij een boek zoekt te schrijven en het is dat verhaal dat we lezen. Harry Quebert die de hoofdrol speelde in het eerste boek in de serie, krijgt nu een zeer kleine plaats in het boek, het is geen meerwaarde maar zorgt wel voor enige continuïteit. 
Het onderzoek naar de cold case is erg boeiend geschreven en het verhaal heeft een stevige plot die geweldig goed in elkaar zit. Dicker brengt er vaak verrassende plotwendingen in en al helemaal aan het einde bij de ontknoping. Het is een echt puzzelwerk geworden en het onderzoek draait verschillende kanten uit, Goldman en Gahalowood worden regelmatig op het verkeerde been gezet en de lezer dus ook.
De auteur diept de verschillende personages uit en hij vertelt gedetailleerd, nadeel is dat het boek daardoor soms de neiging vertoont om langdradig te worden en er sloop wel wat herhaling in. Er zaten erg veel verwijzingen in naar de twee vorige delen en dit was ook al geen meerwaarde. Toch las het boek enorm vlot en vlieg je er doorheen. Persoonlijk vond ik de ontknoping zoals gezegd heel erg verrassend maar langs de andere kant was het toch ook wat ontgoochelend. Er waren doorheen het boek onvoldoende of zelfs geen aanwijzingen in deze richting en de dader kwam piepen als een duveltje uit een doosje. Of ik heb er over gelezen, dat kan ook natuurlijk.
De zaak Alaska Sanders is een stevig geconstrueerd boek met een sterke plot en vele verrassende plotwendingen. Het had misschien iets dunner mogen zijn, wat minder uitgesponnen, de spanningsboog ontbrak daardoor immers maar niettemin was het een waar genot om in dit boek te kunnen duiken, het leesplezier scoorde hoog. Joël Dicker is een fantastisch verhalenverteller.

Uitgeverij: De Bezige Bij (2022) - 568 blz.
Oorspronkelijke titel: L'Affaire Alaska Sanders
Vertaling: Angela Knotter

woensdag 14 januari 2026

De val - Matthias M.R. Declercq

Vijf jongens, vijf aardige jongens
Min of meer bij toeval ontmoeten ze elkaar in de loop van een paar jaar, aan het begin van deze eeuw, omdat ze alle vijf één doel kennen: de koers. Ze ambiëren allemaal een carrière als profrenner. Op het jaagpad langs de Schelde, van Gent naar Oudenaarde, trainen ze samen. Iljo Keisse, Wouter Weylandt, Dimitri De Fauw, Bert De Backer en Kurt Hovelijnck.
Ze zijn jong, viriel, populair, en schoppen het inderdaad tot profwielrenner. Their finest hour, als ze het eenmaal zijn. Maar het leven blijkt harder dan de droom. Wat hen samenbracht, de koers, rukt hen ook uit elkaar. Ongenadig en definitief. Vijf jongens, vijf aardige jongens.

***

Matthias M.R. Declercq (1985) is afkomstig uit West-Vlaanderen en woont in Gent waar hij ook vaak rijdt op het jaagpad dat de basis vormt voor dit boek. Hij studeerde Politieke en Sociale Wetenschappen waarna hij schreef voor o.a. De Morgen, Humo en het wielertijdschrift Bahamontes. Hij ontdekte een voorliefde voor taal en verhaal en zo kwam zijn debuut uit in 2017 (De val) en een tweede boek (De ontdekking van Urk) in 2020. Beide zijn non-fictie boeken die echter lezen als een verhaal maar ze zijn dus wel degelijk gebaseerd op ware gebeurtenissen. In 2021 kwam er een zesdelige Belgische sportdocumentaire (Het Scheldepeloton) uit dat gebaseerd is op het boek De val.
Het was eens wat anders om te lezen, een volledig boek over wielrennen. Over 5 jonge mannen met veel ambitie en daardoor lees je een stuk sportgeschiedenis over een periode van ongeveer 15 jaar aan het begin van deze eeuw. Maar dat is het zeker niet alleen, het boek gaat meer nog over vriendschap, volwassen worden en het overwinnen van tegenslagen, het leven dus.
De auteur heeft het verhaal met heel veel flair geschreven en zeker in het begin met heel wat humor, later in het boek werd het wel serieuzer. De opbouw was ook geen sinecure, het verhaal flippert nogal heen en weer doorheen de tijd maar het is niet zo dat je de draad kwijt raakt, het lukte aardig goed om de tijdslijn te blijven volgen, of toch ongeveer. Het zorgde er zeker voor dat het daardoor interessanter las.
Inhoudelijk moet je er toch wat voor zijn, als je totaal niet geïnteresseerd bent in het wielrennen is het af en toe iets té wielerachtig en taande de interesse maar voor het overgrote deel las het toch als een ware roman.
De val las vlot en je werd zeker meegenomen in het verhaal van de vijf jongens, in hun dromen en ambitie, vriendschap en overwinningen en dat niet alleen op sportief vlak. Het was tof om als complete leek in het wielrennen een kijkje te kunnen nemen in deze wereld maar dan achter de schermen. Matthias Declercq is er absoluut in geslaagd om de lezer mee te slepen in het verhaal van deze jongens en de feiten in een eerlijk verhaal te gieten. De titel is zeer treffend gekozen en deze oudere cover ook, de nieuwe uitgave oogt totaal anders.

Uitgeverij: Manteau (2016) - 281 blz.

zaterdag 10 januari 2026

In de ban van de jaarring - Valerie Trouet (samensteller)

Onze oudste bomen en de verhalen die ze vertellen
'Bomen hebben een geheugen. Ze bewaren de geschiedenis, en ze vertellen altijd de waarheid.' (Valerie Trouet)
Een boom vertelt meer dan je denkt. Samen met wetenschappers van over de hele wereld neemt Valerie Trouet je in dit prachtig geïllustreerd boek mee op een fascinerende reis door de tijd aan de hand van jaarringen.
Ze ontrafelen de verhalen van tien bijzondere oerbomen, van de reuzensequoia in Californië en de kauriboom in Nieuw-Zeeland tot de oeroude zomereik in West-Europa. Elke boom vertelt over het klimaat waarin hij groeide, de natuurrampen die hij overleefde en de mensen waarmee hij eeuwenlang in wisselwerking leefde.
In In de ban van de jaarring brengen elf topwetenschappers een ode aan de kracht, wijsheid en veerkracht van bomen. Ze vertellen niet alleen hun eigen verhalen, maar tonen je ook wat bomen ons vertellen over het verleden, het heden en de toekomst van onze aarde.

Valerie Trouet (Heverlee, 1974) is doctor in de bio-ingenieurwetenschappen en is vooral bekend van haar wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de dendrochronologie, de datering van jaarringen van bomen. Ze bestudeert al meer dan twintig jaar de klimaatverandering aan de hand van deze jaarringen en daar hoort ook de invloed van het vroegere klimaat op onze ecosystemen en menselijke systemen bij. Ze schreef eerder de bestseller Wat bomen ons vertellen dat bekroond werd met de Jan Wolkersprijs voor beste natuurboek.
In dit boek schreef ze zelf de inleiding maar in de 10 overige hoofdstukken laat ze wetenschappers aan het woord van over de hele wereld en die hun aandacht aan 1 bijzondere boom geven waar ze dan ook jaren grondig onderzoek naar gedaan hebben. En dit zijn absoluut zéér interessante bomen die ons veel kunnen vertellen, niet alleen over de levensloop of het ontstaan of bestaan van de boom zelf en van hun soort maar ook over de klimatologische omstandigheden van vroeger en nu. Zo komt er zelfs wat geschiedenis aan te pas in een aantal van deze hoofdstukken.
Doordat het 10 verhalen zijn in toch wel korte hoofdstukken, lees je af en toe wel eens hetzelfde. Maar langs de andere kant lezen de hoofdstukken door de eigen aanpak van de verschillende wetenschappers telkens weer anders door hun verschillende benaderingen en spreekt het ene je misschien wel meer aan dan de andere. Wat ze wel allemaal gemeen hebben, is dat de focus toch altijd ligt op de relatie van deze bomen tot het klimaat.
In In de ban van de jaarring lees je wel wat interessante dingen maar door de korte hoofdstukken door telkens een andere schrijver is er toch veel overlapping en ze zijn ook niet allemaal even begenadigd als schrijver voor een breder publiek. Het boek is wel heel mooi vormgegeven en er staan schitterende illustraties in, prachtig! Inhoudelijk smaakte dit boek toch minder dan haar eerdere bestseller Wat bomen ons vertellen en dat wél volledig van haar hand is.

Uitgeverij: Lannoo (2025) - 209 blz. (210-224 Galerij, Aanbevolen literatuur, Register, Dankwoord)
Oorspronkelijke titel: In the Circle of Ancient Trees
Vertaling: Fred Hendriks en Nicole Seegers
Illustraties: Blaze Cyan

vrijdag 9 januari 2026

Elke laatste adem - Michael Robotham

Philomena McCarthy weet als geen ander hoe belangrijk het is om werk en privé gescheiden te houden. Ze werkt hard aan een mooie carrière bij de Metropolitan Police, terwijl haar vader en ooms beruchte Londense gangsters zijn.
Op een nacht treft Phil tijdens een patrouille een kind aan dat in pyjama alleen ronddwaalt. Wanneer ze het meisje terug naar huis brengt, ontdekt ze daar de nasleep van een dodelijke inbraak. Ondertussen wordt een paar kilometer verderop een bekende juwelier gevonden, vastgebonden aan een explosief in zijn geplunderde winkel.
De misdaden lijken met elkaar verbonden te zijn en al het bewijs leidt naar Philomena's vader. Phils twee werelden botsen en ze komt midden in een gemene bendeoorlog terecht die een gevaar vormt voor haarzelf, haar carrière en iedereen van wie ze houdt.

*****

Michael Robotham (Casino, Nieuw-Zuid-Wales, 1960) heeft met dit boek dan toch een vervolg geschreven op de thriller Als je van mij bent en daar kan ik niet anders dan héél blij mee te zijn. De Australische thrillerauteur en journalist debuteerde in 2004 met De verdenking en sindsdien ben ik absoluut fan van deze auteur. En nu voert hij Philomena McCarthy toch terug ten tonele samen met haar 'maffia-familie' en ik ben ook nu weer stevig onder de indruk van het schrijverstalent van de auteur wat betreft het schrijven van een spannend en humorvol boek met een stevige plot.
Als meesterverteller weet de auteur je van in het begin aan het boek te kluisteren en dit blijft zo tot je het boek dichtslaat. Zijn personages zijn schitterend en vooral de keuze voor een misdaadfamilie is een fantastisch goede vondst gebleken. Robotham weet je regelmatig op de lachspieren te werken met deze excentrieke familie, de discussies en conversaties zijn fantastisch om te lezen.
Maar evenzo de plot, de lezer blijft lange tijd in het ongewisse en ook al krijg je stilletjes aan wat vermoedens, toch zijn er wendingen die je helemaal niet ziet aankomen. En spannend werd het ook.
Elke laatste adem is een boek met een fantastische plot, mooie personages, het is spannend en zeer vlot geschreven met humor. Michael Robotham blijft een van mijn favoriete auteurs. Dikke aanrader maar lees zeker eerst het vorige boek met Philomena McCarthy.

Uitgeverij: De Bezige Bij (2025) - 430 blz.
Oorspronkelijke titel: The White Crow
Vertaling: Daniëlle Stensen