In 1954 roept Stan, professor in de paleontologie aan de universiteit van Parijs, in een afgelegen bergdorp tussen Frankrijk en Italië zijn vriend en voormalige assistent Umberto op, die hij voorstelt zich bij hem te voegen om de droom te realiseren die hem obsedeert: het vinden van het skelet van een veronderstelde dinosaurus bevroren in het ijs.
Samen met Peter, Umberto's jonge assistent aan de universiteit van Turijn, en berggids Gio, beginnen de mannen aan de expeditie. Tijdens de beklimming blijkt de zoektocht, die bij aanvang wetenschappelijk was, breder te zijn dan dat. Want de terugkeer naar de natuur, de ervaring van kou, inspanning en eenzaamheid, is ook een kans om in de oorsprong van de mensheid te duiken; die van de waanzin en de kindertijd. Als Stan na twee maanden in de bergen alleen in het basiskamp achterblijft en de winter begint, moet hij zien te overleven tot het voorjaar om weer af te kunnen dalen naar de bewoonde wereld.
**
Jean-Baptiste Andrea (Saint-Germain-en-Laye, 1971) groeide op in Cannes en deed aan het Institut Stanislas zijn eerste ervaringen op met toneel, schrijven en regisseren. Hij studeerde Communicatie en Human Resources in Parijs en daarna voltooide hij een tweede studie aan de ESCP Business School. Hij startte een carrière als scenarioschrijver en filmregisseur en in 2017 debuteerde hij als auteur met Mijn Koningin waarmee hij vele literaire prijzen won. Zijn definitieve doorbraak kwam in 2019 met Honderd miljoen jaar en een dag en de teller staat nu op vier romans.
De auteur heeft een interessante plot bedacht voor dit toch wel dunne en kleine boek, de zoektocht naar het skelet van een draak die zich ergens hoog in de bergen zou bevinden. Ze hebben slechts een minieme aanduiding waar het zich zou kunnen bevinden en het is daarbij ook al meer dan een eeuw geleden dat het beschreven werd, en het is dan nog niet eens zeker dat het op waarheid berust. En toch beginnen drie mannen en hun gids aan de tocht die helemaal niet zonder gevaren is, de weg ernaartoe behoeft wat alpinistische ervaring en de tijdspanne waarin de tocht mogelijk is, is dan ook nog redelijk kort. Want eenmaal als de sneeuw valt en de koude en stormen huishouden, is het onmogelijk om nog terug te keren. Een boeiend gegeven om over te lezen en bergen zijn sowieso interessant.
Maar het verhaal is veel meer dan dit. Afwisselend krijg je het verhaal van Stan te lezen over zijn kindertijd en zijn ouders, hij draagt nog steeds de gevolgen van zijn ongelukkige jeugd. Ze zijn daarboven echter met vier personen die een taak te vervullen hebben en het verhaal gaat dus ook over hun relaties onderling maar ook over het werk dat hun samen te doen staat. Dit alles loopt niet altijd van een leien dakje.
Honderd miljoen jaar en een dag is zeker een goed geschreven en interessant boek maar het is een echte roman waarin het verhalende veel minder van belang is en dat was buiten mijn verwachting. Ik miste een duidelijke gestructureerde plot, want ook al gebeurde er toch wel wat, het verhaal zelf verdween op de achtergrond. Het was gewoon niet mijn ding dit boek maar ik kan me wel voorstellen dat anderen dit wel appreciëren en daarvan getuigen de vele goede recensies en quoteringen. Voor de liefhebbers dus maar dit boek was aan mij niet besteed.
Uitgeverij: Oevers (2022) - 223 blz.
Oorspronkelijke titel: Cent millions d'années et un jour
Vertaling: Gertrud Maes en Martine Woudt

Geen opmerkingen:
Een reactie posten